HISTORIE:

 

 

 

 

 
 
 
 

 

 

De Burcht te Wedde

DEEL 1


In het dorp Wedde (provincie Groningen NL) staat het "Huis te Wedde". 

De naam dateert uit een tijdperk waarin plaggenhutten regel waren en met een stenen huis (ook wel steenhuis, steinhaus of stins genoemd) meestal een versterking werd bedoeld. In de volksmond heet het ook wel "de Burcht". 
 
De ontwikkeling van het dorp Wedde is sterk bepaald door aanwezigheid van de in de 14e eeuw gebouwde borg. De borgbewoners hadden grote invloed op bestuur en rechtspraak van Westerwolde. Dit leidde bij de bevolking uit de omgeving nogal eens tot spanningen. Westerwolders vermoordden twee leden van het geslacht Addinga. In de 16e eeuw werden heksenprocessen gevoerd op de borg. Hierbij werden 19 vrouwen veroordeeld en als heks verbrand. Door de strategische ligging aan de weg Groningen-Duitsland raakte de borg vaak betrokken bij krijgshandelingen.



Een luchtfoto van de Burcht

Het kasteeltje staat binnen een omraming van hoge bomen; omgeven door een slotgracht.
Het kasteel in vroegere tijden Het oudste gedeelte van het Huis, de fundamenten dateren uit de 14e eeuw.  De muren van dit gewelf zijn ongeveer 1.30 meter dik.

Op dit schilderij staat de Burcht van Wedde afgebeeld, maar of het er werkelijk zo uit heeft gezien of dat er een stuk fantasie van de schilder bij is gekomen, is niet bekend.
De oudste fase van Wedde. De toren is gebouwd ca.1360; de ommuring toegevoegd ca.1460, maar onvoltooid tijdens een verwoesting in 1478.


De Addinga's
door de grote overstroming  (Marcellusvloed) van de Eems uit het Reiderland verdreven, verkregen omstreeks 1360 het leen over de Heerlijkheid Westerwolde van de abt van het klooster te Corvey, gelegen bij HŲxter in Duitsland.

In "De Geschiedenis van Westerwolde (Bestuur en Rechtspraak)" door J.G. Kampman en P. Brood wordt over de Addinga's o.a. het volgende geschreven: 'In de loop van de 13e en 14e eeuw kwamen in de Friese landen de hoofdelingen op.
Dit waren veelal grootgrondbezitters die door het ontbreken van een sterk overheidsgezag op lokaal of regionaal niveau een aanzienlijke bestuurlijke macht wisten te verwerven. In sommige delen van het latere Groningen en in Oost-Friesland kregen zij de rechtspraak in handen en ontwikkelden zich tot lokale heersers.

Ook Westerwolde kreeg met een dergelijk hoofdelingengeslacht te maken. Deze familie kwam overigens niet uit Westerwolde zelf, maar uit het het ten noorden van Westerwolde gelegen Reiderland..


Egge Addinga, de eerste Addinga in Westerwolde, had het Reiderlandse familiebezit verloren zien gaan ten gevolge van de Marcellusvloed (1316). Dit verlies werd echter goed gemaakt doordat hij de uitgestrekte Westerwoldse bezittingen van het klooster Corvey in leen kreeg. Dit bezorgde hem eem machtspositie in Westerwolde. (...) aan deze kloostergoederen was geen overheidsgezag verbonden. Zo er al sprake was van heerlijk gezag in Westerwolde dan was dit sinds 1316 in handen van de Munsterse bisschop. De Addinga's probeerden echter vanaf het eerste moment dat zij in Westerwolde arriveerden de heerschappij over de streek naar zich toe te trekken.' Dit betekende strijd tussen hen en de eigenerfden. Egge Addinga I, de stamvader van het Westerwoldse hoofdelingengeslacht werd in 1391 door Westerwoldigers vermoord. Ook een latere Addinga, Egge II, werd door woedende boeren doodgeslagen (1475). Diens zoon, Haye, gedroeg zich mogelijk nog schandelijker. Een uitgebreide lijst van zijn wandaden is in hetzelfde hoofdstuk te vinden.

Meer informatie over de Addinga's op Wikipedia: volg deze link

Wedde was strategisch gezien een belangrijke plaats omdat het lag op de handelsroute van de stad Groningen naar het Duitse Lingen en Westfalen. 

Het Huis te Wedde verrees als een onderkomen van de Addinga's tussen 1362 en 1370. Van daaruit voerden ze een zodanig bewind dat Westerwolde in opstand kwam. 

In 1478 werd met hulp van de stad Groningen en de Ommelanden het kasteel verwoest. Van de bisschop van Munster mocht het kasteel pas in 1486 worden herbouwd door Haye Addinga.
oude gravure van het Huis te Wedde




In 1530 werd het kasteeltje veroverd door Berend van Hackfort, in opdracht van de hertog van Gelre. Uit dank daarvoor werd Hackfort benoemd tot Drost, naast het beheer over Westerwolde ook belast met de rechtspraak.

Op de afbeelding staat Het Huis te Wedde met de door Berend van Hackfort aangelegde vierkante ringmuur met vier diagonaal uitspringende hoektorens, in kleur getekend door Francesco de Marchi (1504-1577). Nr. 21 in de codex Maglialechia, nr. II-I-281 in de Biblioteca Nazionale Centrale de Florence.





Olieverfschilderij waarop afgebeeld
de familie van Mr. A.H.Koning (omstreeks 1842)







De burcht naar een oude tekening uit het N.W

Van Hackfort begon met een ingrijpende versterking. Een ringmuur met vier bastions werd aangelegd alsmede een poortgebouw met gevangenen cellen.

Om aan bouwmateriaal te komen werd zelfs de kerktoren van Vlagtwedde afgebroken. 

Veel tijd om het af te werken was van Hackfort niet gegund. Reeds in 1536 werd het huis veroverd door troepen van keizer Karel V en werden Huis en gebied (Heerlijkheid) in leen gegeven aan de veroveraar, Georg Schenck van Toutenburg. 

Aan deze leenman herinnert nog het wapen dat in de toren is ingemetseld. 


Georg Schenck was van grote economische betekenis voor het noorden, o.a. door het aanleggen van de Zwarteweg van Leeuwarden naar Tietjerksteradeel, dwars door moerassig gebied.
Hij was het die na de jarenlange oorlog tegen Karel van Gelre de gewesten Friesland, Groningen, Drenthe en Overijssel wist in te lijven in het Bourgondische Rijk.
Keizer Karel V had oog voor de noden van de armsten onder zijn onderdanen, die juist tijdens zijn bewind de gevolgen van door rampen en oorlog veroorzaakte hongersnoden bijna om de tien jaar ondervonden. Er kwam een regeling om de prijzen van levensmiddelen te beheersen, regels om bedelarij en landloperij aan banden te leggen en om minderjarigen te beschermen. Zelfs werden er richtlijnen uitgevaardigd voor weeshuizen en voor het afwikkelen van faillissementen. Veel stadsbesturen zagen deze maatregelen als een aantasting van hun vrijheden en een bedreiging van hun schatkist. Elke stad of streek zorgde immers voor zichzelf.
Karel V stelde in al zijn gewesten dezelfde bestuursvorm in; een bestuur onder een stadhouder met hof en rekenkamer.

In maart 1535 nam een groep van circa 300 doopsgezinden de CisterciŽnzer abdij van Oldeclooster bij Bolsward in en richt versterkingen op. Zij vernielen de altaren en beelden en stichten er hun Nieuw Jeruzalem. Georg Schenck neemt de abdij in. De overlevenden worden gehangen, onthoofd of indien vrouwelijk, verdronken.

Delfzijl werd door Schenck veroverd in september 1536, waarbij de plaatselijke versterking, het blokhuis, wordt gesloopt. Verder veroverde hij Appingedam voor de keizer. In datzelfde jaar verslaat hij, vanaf de heuvel van het klooster bij Heiligerlee, de invallende troepen van Christiaan van Denemarken.

Door herovering van het kasteel Coevorden op de Gelderse hopman Selbach op 10-11-1536 werd hij drost en opperrechter van Drenthe, en stadhouder van Groningen. Verder hij kreeg het Heerlijkheid Wedde en Westwoldingerland als leen. Het Huis te Wedde, ook wel De Burcht genoemd, was een eeuwenoude versterkte plaats. Na de verovering in 1530 door de troepen van de Hertog van Gelre werd deze versterkt, blijkbaar zonder succes.

Na 1536 werd de verbouwing doorgezet door George Schenck, die zijn wapen in de muur van de toren liet inmetselen. Ook nu nog prijkt Wapen van Bellingwolde, met het blazoen van Schenck in het hartzijn blazoen op een gebeeldhouwde steen boven de ingangspoort van het slot.

 




Het wapen van Schenck van Toutenberg



Tot op de dag van vandaag leeft Schenck als eerste Heer van Wedde voort in het wapen van de gemeente Bellingwedde.

In het nieuwe gemeentewapen vond het blazoen zijn plaats in het hartschild. Het wapen is vastgesteld bij Koninklijk Besluit van 22 april 1969, no. 9.


De officiŽle beschrijving luidt als volgt: "Gegeerd van azuur en goud, de geren van azuur beladen met een lelie van goud, gericht vanuit het midden van het schild; een hartschild, geschuinbalkt van azuur en zilver van tien stukken.

Het schild gedekt met een gouden kroon van drie bladeren en twee paarlen".

Schenck van Toutenburg zette de bouw voort. Dat was ook het geval toen in 1561 Huis en goed overgingen in handen van Johan de Ligne, graaf van Aremberg (1525-1568).

In 1568 werd de bouw kortstondig onderbroken toen het kasteel werd ingenomen door de graven van Nassau bij het begin van de 80-jarige oorlog. 

In de burcht te Wedde werd eeuwenlang recht gesproken. De ter dood veroordeelden werden naar de plaats van terechtstelling, de "Giezelbaarg" even buiten Wedde gelegen, afgevoerd en terechtgesteld. 




Willem Lodewijk van Nassau




Omstreeks 1450 ontstaan door toevoeging van de linkerbeuk en het ingangs- en traptorentje aan een ouder huis. (foto gemaakt in 1968).



De verdedigingsgordel rond het kasteel van Wedde met overhoeks geplaatste rechthoekige geschutstorens, gebouwd rond 1532 in opdracht van hertog Karel van Gelre (1495-1538)

 

Lodewijk van Nassau

Willem van Nassau


Bij de daarop volgende slag bij Heiligerlee*) sneuvelden zowel Johan de Ligne aan de Spaanse kant als graaf Adolf van Nassau aan de 'staatse', terwijl Willem en Lodewijk van Nassau bij het begin van de 80-jarige oorlog geen kans zagen het Huis lang in bezit te houden omdat hij geen geld meer had voor een huurleger. 

Het verhaal gaat dat Adolf van Nassau opgebaard werd in Wedde.

Over het verdwenen graf van Adolf van Nassau bestaat een website.
Volg daarvoor deze link: http://www.dodenakkers.nl/artikelen/adolf.html


*)
1568 : Willem van Oranje brengt voor eigen rekening in Duitsland een leger op de been en valt de Nederlanden binnen. Ondanks een overwinning in de Slag bij Heiligerlee, waar zijn broer Adolf sneuvelt, mislukt de veldtocht. In mei laat Alva, inmiddels landvoogd, uit vergelding de graven Egmond en Horne onthoofden op de Grote Markt in Brussel.

Van Friesland, Groningen, Drenthe en Ost-Friesland rond 1570 een mooie kaart beschikbaar.






Ga verder naar deel 2