Maas logeerde bij zijn opa en oma en maakte ’s morgens bij het hond uitlaten kennis met mijnheer Ferrari. Op zijn vraag of hij in de binnengracht mocht vissen kreeg hij te horen: “Natuurlijk, maar als je een snoek vangt dan niet terugzetten maar zo snel mogelijk uitzetten in de Westerwoldse A”.

Prompt diezelfde middag: daar was ie en daar ging ie.